Hoofdstuk 6 · Vakantie en verlof

Artikel 6.19 Verlof voor reservisten

Geldend met ingang van 1 januari 2026Cao Gemeenten 2025-2027

Officiële tekst

  1. De werknemer die een opleiding volgt om reservist bij het ministerie van Defensie te worden, heeft recht op reservistenverlof. Tijdens de opleiding tot reservist betaalt de werkgever het werknemersdeel en het werkgeversdeel van de ABP-pensioenpremies.

  2. Als de werknemer naast zijn functie bij de werkgever als reservist bij het ministerie van Defensie in dienst is, dan heeft de werknemer voor de uren dat de werknemer bij Defensie werkt, recht op reservistenverlof. Er bestaat geen recht op dit verlof als de werknemer tijdens zijn vakantie of opname van zijn spaarverlof als reservist werkt.

  3. De werkgever betaalt de werknemer tijdens het reservistenverlof in lid 2 een maandinkomen dat het salaris en andere vaste inkomensbestanddelen en toelagen die de werknemer ontvangt als reservist, aanvult tot het oorspronkelijke salaris en salaristoelage(n) bij de werkgever. De werkgever betaalt minimaal het werknemersdeel van de ABP-pensioenpremies.

  4. In plaats van reservistenverlof kan de werknemer er voor kiezen om de arbeidsduur te verminderen vanwege het werk als reservist. In dat geval heeft de werknemer recht op herstel van de oorspronkelijke formele arbeidsduur als het werk als reservist definitief wordt beëindigd.

  5. De werknemer informeert de werkgever zo tijdig mogelijk over het verlof. Bij een verzoek om langdurig verlof treden werkgever en werknemer in overleg om de bedrijfsbelangen te bespreken.